Moeder zijn, Zwangerschap

6 mei 2018 – de bevalling

Joris was er natuurlijk niet zomaar ineens na een flinke niesbui. De geboorte van ons kindje was ook deze keer weer (letterlijk) een hele bevalling. Het bevallingsverhaal heb ik uitgeschreven en deel ik vandaag met jullie. Het is nogal lang geworden en ik kan me voorstellen dat het niet voor iedereen even interessant is om te lezen. Ben je zelf net bevallen, of moet je nog, dan ligt dit verhaal wellicht binnen je interessegebied. Heb je zelf een ervaring om te delen, laat het dan vooral weten. Ik vind het hartstikke leuk om te horen en te lezen hoe het bij een ander is verlopen. Hierbij mijn story.

Op 5 mei was het zo ver. Het einde van de zwangerschap werd ingeluid, alleen wist ik het bij het opstaan nog niet. De weken ervoor keek ik met een wisselend gevoel uit naar de bevalling. De bevallingen van mijn twee dochters waren beide niet helemaal gelopen zoals ik wilde (ik schreef er al eens over klik hier) en ik was angstig voor wat me deze keer te wachten zou staan. Maar hoewel ik tegen de bevalling op zag, wilde ik ook steeds vaker dat de zwangerschap klaar zou zijn. Wat heb ik genoten van het leven in mijn buik, van de trapjes, van het gedraai en het gehik, maar wat zat ik mezelf op het laatst ook in de weg. Mijn conditie ging enorm snel achteruit en omdat Joris zo lag dat hij tegen een grote ader drukte, was er nauwelijks een houding te vinden waarin ik niet binnen no time naar adem snakte.

Die ochtend had ik al vroeg het idee dat mijn lichaam anders voelde. Ik had een wat zeurend gevoel in mijn onderbuik dat nog het meest leek op een naderende menstruatie en af en toe voelde ik in mijn rug een flinke druk naar onder. Ik weet nog dat ik opmerkte dat dat laatste gevoel wel wat weg had van weeën. Het ongemak hield de hele dag aan en ik wist dan ook dat het voorwerk begonnen was. Nu kan voorwerk weken duren, dus ik had nog niet het gevoel dat ik binnen 24 uur zou gaan bevallen. Ik nam dus nog een foto van mijn buik (klik) en draaide de dag zoals gewoonlijk.

In de avond begon het zeurende gevoel in mijn onderbuik wat meer een ritme aan te nemen. Het werden krampen die kwamen en gingen, maar er zat nog geen echte regelmaat in. Jeroen en ik waren op tijd naar bed gegaan en hadden de hele avond Friends zitten kijken op Netflix als afleiding. Ondertussen installeerde ik al binge watchend een weeën timer op mijn telefoon, omdat ik inmiddels wel geloofde dat de bevalling begonnen was. Toen we rond middernacht gingen slapen, kwamen de weeën om de acht minuten en hielden ze twee minuten aan.

Je zal begrijpen dat ik geen oog dichtdeed. Om een uur of vier maakte ik Jeroen dan ook wakker en vertelde hem dat ik maar aan de dag ging beginnen en zou gaan douchen. Onder de douche kwamen de weeën heel snel op elkaar, maar ook onregelmatig en ze hielden kort aan. Normaal gesproken bel je dan de verloskundige nog niet, maar omdat ik een medische indicatie had en in het ziekenhuis moest bevallen, belden we toch en binnen een uurtje was de verloskudige er. Drie centimeter ontsluiting. Het ziekenhuis werd gebeld en nadat Jeroen de babyfoon (zo konden de meisjes nog even doorslapen) bij de buren bracht die tijdens de bevalling op onze dochters zouden passen, gingen wij op weg.

In het ziekenhuis was het fijn en rustig. Ik was ontzettend slaperig, wat volgens de verloskundige betekende dat de juiste hormonen hun werk aan het doen waren. Gapend pufte ik de weeën weg, hangend over het bed, terwijl Jeroen mijn onderrug masseerde en daarna ging ik nog even in bad liggen, waar ik – met het licht gedimd – nog best goed kon ontspannen en dommelen. De ontsluiting verliep heel rustig en het was pijnlijk, maar goed te doen.

Vijf centimeter. Toen de verloskundige voorstelde om mijn vliezen te breken, sloeg de paniek bij mij wel even toe. Ik wilde een ruggenprik! Ik zou het niet kunnen! De pijn zou te hevig worden! De ene na de andere doemgedachte diende zich aan. Tot ik me realiseerde: maar ik doe het toch al? Ik vang de weeën op en het gaat hartstikke goed. En hoewel ik me ongerust voelde, besloot ik het te willen proberen. Ik zou wel zien hoe ver ik kwam.

Vanaf het moment dat de vliezen gebroken waren, veranderden de weeën. Er kwam veel meer druk op mijn onderrug (het welbekende onbedwingbare poepgevoel) en ik voelde hoe de baby langzaam begon te zakken. Dat zakken was ook wel nodig, want tot aan de bevalling was ons kindje niet ingedaald en lag hij niet vast in mijn bekken. Ik ging op mijn zij op bed liggen en kneep heel hard in de zijleuning van het bed als er weer een wee kwam. Wat vond ik ze heftig! Alleen wegzuchten hielp dan ook niet meer en ik moest echt puffen, of meegrommen. Ik weet nog dat ik dacht: “Gênant!”.

Negeneneenhalve centimeter. De ontsluiting vorderde nog altijd goed en het was rond 11.45 uur dat de verloskundige aangaf dat er alleen nog een randje stond en dat ik bijna klaar was om te gaan persen. Dat moment kwam alleen nog niet. De baby bleef bewegen met zijn hoofdje, waardoor hij niet goed voor de uitgang lag en het randje maar niet verdween. We probeerden vanalles. Zo moest ik op de baarkruk gaan zitten, weer op het bed, op handen en knieën, op mijn zij, weer op de baarkruk, mocht ik meepersen en werd het rottige randje gemasseerd. Niets leek te helpen en door de persweeën en het gevoel dat het allemaal niets deed, raakte ik ontzettend in paniek. Ik was ervan overtuigd dat het me niet zou gaan lukken om te bevallen en probeerde de mensen om me heen ervan te overtuigen dat ik een keizersnede zou moeten krijgen. Het waren niet mijn mooiste en meest charmante uren, maar een oxytocine infuus en een boel geschreeuw en gehuil later werd om klokslag 14.30 uur Joris geboren.

Het is zo ongelooflijk hoe op dat moment even alle pijn verdwenen is. Er kwam een wolk van rust over me heen. Ineens leken alle verpleegkundigen de kamer uit te zijn en draaide de wereld alleen nog om Joris, Jeroen en mij. De verloskundige en de klinisch verpleegkundige waren nog met mij bezig en vertelden ondertussen wat er gebeurde, maar ze leken ver weg. Wat een mooi mannetje lag er op mijn borst. Eindelijk wisten we dan wie er al die maanden in mijn buik had gezeten. Hij was zo perfect. Tien teentjes, tien vingertjes en die oogjes en die haartjes… Voor mijn gevoel heeft hij uren bij me mogen liggen voordat hij werd nagekeken. Voor ons was het de eerste keer dat ons kindje niet gelijk voor controle hoefde en dat was magisch.

Die avond heb ik nog lang nagedacht over de bevalling. Weer was ik niet heel trots op mezelf. Had ik niet wat rustiger kunnen blijven? Was het nou echt nodig om zo veel stampij te maken? Maar waar dat gevoel na de vorige bevallingen nooit helemaal verdween, verstomden de boze woorden nu al snel. Het maakt niet uit hoe het is gegaan. Ik heb een kindje op de wereld gezet en heb daarvoor gedaan wat nodig was en blijkbaar was dat ook schreeuwen en in paniek zijn. Ik heb het zonder ruggenprik gedaan, wat ik altijd zo graag wilde. (Ik kwam trouwens tot de conclusie dat het qua stoerheid geen bal uitmaakt of je het met of zonder doet, maar ben blij dat ik dat nu heb mogen ervaren.) Het oordeel maakte plaats voor trots. Trots op mezelf, maar ook op Joris en vooral op Jeroen. Jeroen die me zo goed heeft gesteund door er als stille kracht gewoon te zijn, waardoor ik me geen moment alleen heb gevoeld.

We zijn compleet. Wat een rijkdom!

2 Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *