
Ha lieve mams,
Laten we doen alsof ik je een brief schrijf en laten we doen alsof je die leest. Vannacht geef je me een antwoord met een stem die op de mijne lijkt. Soms moet de werkelijkheid een beetje aangepast.
Ik mis je mams. Ik mis je glans, ik mis jouw begrip om me in te verstoppen. En ik mis mij. Ik mis mij als jouw dochter.
Ik wil je graag vertellen over alles wat gebeurt. Over paps die aan het reizen is geslagen. Over Lex en haar kids. Over hoe ik volgend jaar ga afstuderen, over hoe Roen en ik een huis hebben gekocht - dat je fantastich gezellig zou vinden trouwens. Ik wil je vertellen over dat ik stiekem best een beetje zenuwachtig ben voor mijn 30-feestje! Maarten is vader, Michel ook bijna. O en ik heb al een tijd een nieuwe baan... met twee bazen.. ik weet zeker dat je graag een scherpe analyse op hen had losgelaten, haha!
Inmiddels kan ik naar de winkel gaan en boodschappen doen zonder je te willen bellen. Maar als ik mooie rode appels zie liggen, of een gezellige pompoen dan zal ik altijd aan je denken. Wat kan jij goed kijken en genieten van wat je ziet.
Meer nog dan met je praten, zou ik bij je willen zijn. Een kop thee met je drinken. Naar buiten kijken. De seizoenen beschouwend en ons verheugend op de kerstboom die komen gaat. Wat zou ik me graag weer aan je ergeren. Ergeren omdat je meezingt met een nummer op de radio, omdat je te hard ademt, omdat je smakt, omdat je zit te spelen met een haakje aan je nagel, omdat je je alles zo verschrikkelijk persoonlijk aantrekt!
Ik mis je voor mezelf. Dat weet ik ook wel. Maar hoe sterk en goed het toen ook leek om je te laten gaan, zo moeilijk vind ik het nu. Je had gelijk dus. Vooruit dan maar.
Mams, ik weet dat ik je gevraagd heb om te rusten, om niet langs te komen. Maar zul je er toch zijn dinsdagochtend? Eventjes? Het is november weet je...
Kus.
Muziekje op je oren, slaperige mensen om je heen, kopje thee in je hand en de ochtendzon in je gezicht. De ideale ochtend op een klein station in Utrecht. Na de haast van het opstaan even rustig wakker worden en verder helemaal niets

Ik zag ze wel! Vanochtend toen ik mijn gordijnen open deed, waren ze er nog. Even dacht ik dat mijn ogen me bedrogen, maar al gauw wist ik zeker dat ik zag wat ik zag. Kabouters. Langzaam ontstonden er sporen in de sneeuw; je zag nog maar n