Moeder zijn, Persoonlijk

Jouw eerste schooljaar en mijn moederhart

Maandagochtend 3 september. School is alweer een week begonnen en even is het alsof het nooit anders geweest is. Als volleerd kleuter loop je naar je klas, geef je de juf een hand en ga je op je stoeltje in de kring zitten. “Ik ga even bij Lise kijken en dan kom ik weer terug, oké?”, vraag ik. “Dan kom je zwaaien hè mama?”, vraag jij, waarop ik knik “Ja, dan kom ik zwaaien.” Als ik even later terugkom, zie ik je zitten. Je luistert aandachtig naar de juf en even vang ik je blik. Je ogen lichten op en je zwaait. Ik zwaai terug. Mijn kleinste meisje. Mijn moederhart.

Zaterdagochtend 14 juni 2014. Voor een tweede keer in mijn leven mag ik die bijzondere eerste kennismaking beleven. Ik tel je vingertjes. “Volgens mij is ze compleet.”, zeg ik zachtjes, half tegen de camera en half tegen het kleine meisje op mijn borst. Je oogjes zijn nog spleetjes en je moet wennen aan het licht. Ik weet nog hoe je voelde. Jouw lijfje zo tegen me aan. Van een droom naar werkelijkheid.

Er is iets in je dat me altijd vrolijk maakt. Iets ondeugends. Ontwapenends. Een zacht karakter. Je staat zo dicht bij jezelf, dat ik daar als volwassene wel eens jaloers op ben. Vanaf dat je kon zitten begon je te swingen zodra je muziek hoorde. En zo zag ik je gisteren weer dansen in de kamer. Je ogen dicht, je gezichtje opgericht, de ene na de andere pirouette draaiend, de bloemenjurk die je aanhad danste met je mee. Je vond het heerlijk en prachtig wat je deed. Ik ook.

Je hebt me geleerd hoe sterk we verbonden zijn toen je twee jaar geleden in Italië een paar meter naar beneden viel. Wat reageerden we samen rustig. Zelfs in de ambulance, die reed met gillende sirenes en waarin jij lag, vastgegespt op een brancard. Je oogjes draaiden weg en de paniek die ik voelde was onbeschrijfelijk. “Gaat het goed Elin? Ben je er nog meisje?”, bleef ik je vragen en iedere keer dat je zachtjes knikte was ik opgelucht. “We gaan naar het ziekenhuis liefke. Doe je duimpje maar in je mond. Het komt goed.” Wat heb ik je vastgehouden toen we in het ziekenhuis waren en je na een aantal controles weer bij me mocht zitten. Wat heb ik je gekust en aan je blonde haartjes gesnuffeld. Voor een tweede keer brachten we samen een nacht in een ziekenhuis door. Wat lag je daar vredig te slapen. Je lijfje bont en blauw, maar je straalde vertrouwen uit. Jouw vertrouwen gaf mij vertrouwen. Mijn vertrouwen gaf jou vertrouwen. Een gevoel dat nooit verdwenen is.

Je bent mijn meisje dat als geen ander van knuffelen en kroelen houdt. Het meisje dat schaamteloos roept dat haar lievelingseten bestaat uit “Pannenkoeken, pizza en snotjes.”. Je bent dol op lekker slapen en duimt op allebei je duimen even graag. Je stampvoet en gilt als je je zin niet krijgt, om je met een sip gezichtje over te geven aan de situatie als het stampvoeten niet helpt. Je deelt met gemak je snoepjes en je speelgoed. Je kiest zorgvuldig de kinderen die met jou mogen spelen. En hoe zorgzaam je bent, bleek afgelopen week toen ik ziek was en je me een paar keer per dag vroeg “Gaat het alweer een beetje beter mama?”, terwijl je een koel handje op mijn hoofd legde.

Je bent toe aan school. Ik maak me geen zorgen. Maar ik mis je wel. En zoals de afgelopen jaren wel vaker, doet de tijd een beetje pijn. Mijn kleinste grote meisje. Nog een paar uur en dan haal ik je weer op en snuffel ik aan je haartjes.

One Comment

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *